Taal

Taal

Vertraagde taalontwikkeling / Taalontwikkelingsstoornis (TOS)
Door taal communiceren wij met elkaar. Door taal kunnen wij onszelf uiten en duidelijk maken naar anderen. Taal is voor iedereen belangrijk!
Wanneer iemand een taalontwikkelingsstoornis of taalproblemen heeft, kan dit de communicatie belemmeren. Werken aan een taalprobleem is werken aan een betere communicatie. Tegenwoordig worden veel kinderen twee- of meertalig opgevoed. Het gaat hierbij vaak om kinderen van ouders met verschillende moedertalen, die vanaf de geboorte tweetalig worden opgevoed. Daarnaast gaat het om kinderen van anderstalige ouders die thuis de moedertaal leren en in kindercentra of op school het Nederlands aangeboden krijgen. Meertalige kinderen kunnen een spraak- en taalachterstand hebben in het Nederlands. Wanneer er een taalontwikkelingsstoornis of achterstand is in de eerste taal, zal ook de tweede taalontwikkeling verstoord verlopen. Ten gevolge van een wisselend of onvoldoende taalaanbod in een bepaalde taal is de meertalige ontwikkeling soms een moeilijk proces.

Afasie
Afasie is een taalstoornis die ontstaat door hersenletsel in de linker hersenhelft. Meestal wordt dit veroorzaakt door een beroerte (CVA). Ook kan afasie ontstaan door een hersentumor, een ongeval of een andere aandoening in de hersenen. Bij sommige mensen zit het taalsysteem in de rechterhersenhelft. Als zij hersenletsel oplopen in de rechterhersenhelft. Als zij hersenletsel oplopen in de rechterhersenhelft kan er ook een afasie optreden. Afasie komt het meest voor bij volwassenen en ouderen.
Door afasie ontstaan er problemen met het spreken, het lezen en het schrijven. Samen geven deze talige problemen stoornissen in de communicatie. De ernst en omvang van de afasie zijn onder andere afhankelijk van de plaats en de ernst van het hersenletsel, het vroegere taalvermogen, iemands persoonlijkheid en zijn algehele gezondheid.
Sommige mensen met afasie kunnen wel goed taal begrijpen, maar hebben moeite met het vinden van de juiste woorden of met de zinsopbouw. Het komt regelmatig voor dat een afasiepatiënt een ander woord zegt dan hij bedoelt. Ook komt het voor dat afasiepatiënten juist wél veel spreken, maar wat zij zeggen is voor de gesprekspartner niet of moeilijk te begrijpen. Zij hebben vaak grote problemen met het begrijpen van taal. Tijdens een gesprek vangen ze bijvoorbeeld alleen trefwoorden op en bedenken zelf het verband hiertussen. Vooral bij ingewikkelde zinnen levert dit misverstanden op.

 

 

 

Inline
Inline